De eerste tentoonstelling in 1894 werd gehouden in gebouw Tivoli in Utrecht. Door de groei van het aantal inzendingen werden steeds grotere hallen gehuurd zoals de Fruithal in 1895 en de Korenbeurs 1897. In 1913 was het aantal inzendingen zo groot dat gelijktijdig drie locaties werden gehuurd: De Fruithal, de Korenbeurs en de Boterhal. Tijdens de eerste wereldoorlog werd, voorlopig wegens plaatsgebrek, de laatste tentoonstelling in Utrecht gehouden.
In 1918 en 1919 werd een alternatief gevonden in de Diergaardezaal te 's-Gravenhage. Op deze tentoonstellingen waren ook volière en zangvogels aanwezig. Ook waren daar de eerste boeken- en platenstands en verzorgingsartikelen voor dieren present.
In 1920 kwam de tentoonstelling "Ornithophilia" weer terug in Utrecht in het gebouw voor Kunsten en Wetenschappen.
In 1921 kon de 25 e jubileum tentoonstelling in het nieuwe gebouw Vredenburg worden gehouden. (Tijdens de eerste wereldoorlog werd er twee jaar geen tentoonstelling gehouden) . Het huren van het nieuwe Jaarbeurs gebouw Vredenburg in 1921 werd tevens de start voor deelname van het bedrijfsleven aan de "Ornithophilia" tentoonstelling.
Hoenderparken voor de productie van eieren, voederleveranciers en andere toeleveringsbedrijven zagen het nut in van een jaarlijkse beurs en zo groeide "Ornithophilia" voor de tweede wereldoorlog uit tot een tentoonstelling annex landbouwbeurs. |